|
|
| De Aircomm-Plus kabel is een
coaxkabel met een geringe demping voor hoogfrequente signalen. De
11 mm dikke kabel bestaat uit een zwarte buitenisolatie waaronder
een dubbele afscherming van kopergaas en koperfolie zit. Onder deze
koperen mantel zit een isolatielaag met luchtkamers. Binnenin de
kabel zit een 2.3 mm dikke kern van koperdraad.
[klik op de foto's voor een groter exemplaar] |
 |
| Voor het topsegment strip je een
stuk kabel zodanig dat er 30.7 mm koperdraad vrijkomt. De lengte van
het isolatiedeel van het kabelsegment is 24.1 mm. Aan de andere
zijde laat je ca. 8 mm binnenkern vrij. Dit stuk binnenkern wordt de
verbinding naar het volgende kabelsegment. |
 |
| Voor het afwerken van het
bovenste kabelsegment moet de koperen mantel met de binnenkern
kortgesloten te worden. Dat doen we door een klein rond "hoedje" te
maken (rechter object) uit vertinde kopergaas. |
 |
| Eerst wordt 2 mm zwarte
buitenisolatie verwijderd aan de bovenzijde van het kabelsegment.
Vervolgens wordt het "hoedje" op de koperen binnenkern van het
bovenste segment geschoven en rondom afgesoldeerd. Let op dat er
sluiting wordt gemaakt tussen de binnenkern en de gevlochten mantel.
|
 |
| Voor het makkelijk, snel en
exact op maat maken van de kabelsegmenten maken we gebruik van een
koperen pijpje met een diameter van 15 mm (uitwendig). Eerst
knippen we de kabelsegmenten ruw af op ca 80 mm (onder). Vervolgens
schuiven het koperen pijpje er overheen (midden) en snijden met een
mes het kabelsegment af tot op de binnenkern (boven). De lengte van
de uitstekende binnenkern korten we af tot 8 mm. |
 |
| Het (zwarte) geïsoleerde deel
van elk kabelsegment heeft een lengte van 50.2 mm. Hiervan hebben we
voor bijvoorbeeld een 500 mm lange antenne in totaal 7 stuks nodig.
De versterking wordt dan ca. 8 dBi. Meer segmenten mogen natuurlijk
ook, tweemaal zoveel segmenten levert een antenne op met een
versterking van 11 dBi (+3 dBi). Net als bij het topsegment korten
we de uitstekende blanke kern af op 8 mm. |
 |
| Het aan elkaar solderen van de
kabelsegmenten (kern en mantel) is een precies klusje. Tussen de
zwarte isolatiedelen dient 2 mm luchtruimte te zijn. Voor elke
verbinding dient lang contact met de soldeerbout vermeden te worden
omdat de kunststofisolatie tussen de koperen buitenmantel en de
binnenkern snel smelt. Wel is het aan te bevelen de te solderen
contactoppervlakken eerst te vertinnen. |
 |
| Sommige antennebouwers koppelen
het onderste antennesegment rechtstreeks op een N-connector. Een
betere oplossing is een decoupling-sleeve. Er wordt van een stuk
Aircomm-Plus 30.7 mm buitenisolatie verwijderd. De geweven structuur
is zichtbaar. Daaronder wordt een eveneens 30.7 mm lang koperen
buisje geschoven, dat aan de blote mantel wordt gesoldeerd. De
lengte van de Aircomm kabel naar de N-connector is niet
kritisch. |
 |
| Ter bescherming van de
gesoldeerde kabelsegmenten wordt er een (dunne) PVC buis omheen
aangebracht. De op de foto getoonde "valpijp" heeft een diameter van
32 mm en een wanddikte van slechts 1.5 mm. Andere kunststof pijp
(wit-PP of grijs-PVC) heeft vaak een diameter van 2 - 2.5
mm. |
 |
| Aan de bovenzijde van de PVC
buis wordt een 32 mm grijze PVC-afdekkap gebruikt. Aan de onderzijde
maken we een gat in het grijze kapje en bevestigen we een
N-connector van het panel-mount type. De afdekkappen worden op de
kunststof pijp gelijmd en waterdicht gemaakt met kit. |
 |
| Om de gesoldeerde kabelsegmenten
in het midden van de pijp te fixeren, gebruiken we afstandhouders.
Op een sponsachtig materiaal, in dit geval het bekende
schuursponsje, worden 32 mm cirkels afgetekend. |
 |
| Vervolgens worden deze cirkels
uitgeknipt. Daarna knippen we een gleuf in de cirkel, vouwen we de
kabel ertussen en nieten we het sponsje weer dicht. |
 |
| Voor bevestiging aan een mast,
of eventueel een muur, gebruiken we hoekbeugeltjes en een
(uitlaat)klem. De klem dient voorzichtig aangedraaid te worden om te
voorkomen dat de antenne beschadigd wordt. |
 |